Als liefde bedreigend voelt

Als liefde bedreigend voelt

Waarom liefde soms als een bedreiging aanvoelt

Heb je wel eens iemand ontmoet die wegrent zodra het intiem wordt? Of misschien herken je het van jezelf – dat je je ongemakkelijk voelt wanneer iemand echt lief voor je is? Het lijkt helemaal nergens op, toch? Liefde is toch juist wat we allemaal willen?

Nou, ons brein denkt daar soms anders over.

Je brein als overprotectieve bodyguard

Stel je voor: je brein is een beetje zoals een overijverige bodyguard. Hij heeft als kind geleerd wat “normaal” is. Als die “normaliteit” bestond uit weinig liefde, veel kritiek of verwaarlozing, dan slaat je brein dat op als: “Oké, dit is hoe de wereld werkt. Dit is veilig omdat het voorspelbaar is.”

En dan kom je later iemand tegen die écht lief voor je is. Die je complimentjes geeft, die tijd voor je maakt, die je knuffelt zonder dat je er iets voor terug hoeft te doen.

Je bodyguard-brein gaat in paniek: “HEY! Dit klopt niet! Dit is niet hoe het hoort! GEVAAR!”

De wetenschap erachter

Dit is geen woo-woo gedoe. Onderzoekers hebben dit echt kunnen aantonen. Leon Festinger ontdekte al in de jaren 50 dat ons brein heel slecht omgaat met informatie die niet past bij wat we al geloven. Hij noemde dit “cognitieve dissonantie” – een chique term voor: “Au, mijn hoofd doet pijn van deze tegenstrijdigheid.”

En met moderne MRI-scans hebben we kunnen zien dat wanneer iemand met een moeilijke jeugd plotseling in een liefdevolle omgeving belandt, hun brein letterlijk reageert alsof er een tijger op ze afkomt. Dezelfde stress-signalen, dezelfde alarmbellen.

Het geheugen van je zenuwstelsel

John Bowlby, een slimme psycholoog, ontdekte iets fascinerends. Als kind bouw je wat hij “interne werkmodellen” noemde – het zijn eigenlijk sjablonen voor hoe relaties werken.

Kreeg je als peuter veel knuffels en aandacht? Dan wordt je sjabloon: “Mensen zijn lief, ik ben het waard om van te houden.”

Maar als je vaak werd weggestuurd of genegeerd? Dan wordt het: “Mensen gaan weg, ik ben te veel, liefde is tijdelijk.”

Die sjablonen zitten zo diep dat ze automatisch worden. Je denkt er niet bewust over na – ze sturen gewoon.

Waarom we kiezen voor bekend verdriet

En hier wordt het echt raar: soms voelt bekend verdriet veiliger aan dan onbekend geluk.

Stel je voor: je bent gewend aan partners die je emotioneel negeren. Dan ontmoet je iemand die echt geïnteresseerd is in hoe je dag was. In plaats van blij te zijn, voel je je… gespannen. Onrustig. Alsof er iets mis is.

Je brein fluistert: “Dit is te mooi om waar te zijn. Wanneer gaat dit mis? Waarom zou iemand dit voor mij doen?”

De angst voor het goede

De filosoof Kierkegaard had hier een naam voor: “angst voor het goede.” Hij begreep al dat we soms terugdeinzen voor mooie dingen, niet omdat we ze niet willen, maar omdat ze niet passen bij het verhaal dat we over onszelf vertellen.

En Sartre schreef over hoe we vasthouden aan destructieve patronen omdat ze tenminste voorspelbaar zijn. Liever de duivel die je kent, dan de engel die je niet kent, zo ongeveer.

Het is niet jouw schuld (maar wel jouw verantwoordelijkheid)

Als je dit herkent, weet dan: het is niet jouw schuld. Je brein probeert je gewoon te beschermen met informatie die het als kind heeft opgeslagen. Het doet zijn best met wat het heeft.

Maar – en dit is een grote maar – het is wel jouw verantwoordelijkheid om er iets mee te doen als je het herkent.

Hoe kom je eruit?

Het goede nieuws? Je brein is veel flexibeler dan we vroeger dachten. Neurowetenschappers noemen dit “neuroplasticiteit” – je brein kan nieuwe patronen leren, ook als volwassene.

Maar het vraagt geduld. Veel geduld. Je moet eigenlijk je brein overtuigen dat liefde echt veilig kan zijn. Dat doe je door kleine stapjes te zetten, door bewust te kiezen voor mensen die betrouwbaar zijn, en door jezelf steeds opnieuw te herinneren: “Deze onrust betekent niet dat er gevaar is. Het betekent dat ik iets nieuws ervaar.”

Waarom meditatie soms averechts werkt

Hier komt iets heel belangrijks waar veel mensen niet bij stilstaan: als je dit patroon niet herkent in jezelf, kunnen dingen als meditatie en ontspanningsoefeningen juist averechts werken.

Klinkt gek, toch? Meditatie is toch goed voor je?

Nou ja, meditatie opent je. Het laat je guard zakken. En wanneer je ontspant en naar binnen gaat, kom je vaak in contact met die diepe bron van liefde die er altijd al was – sommigen noemen het de universele liefde, anderen je ware zelf, weer anderen God of het leven zelf.

Maar als je brein liefde heeft gecodeerd als “gevaar”, dan wordt zo’n meditatiesessie plotseling een nachtmerrie. Je voelt die warmte, die verbondenheid, die onvoorwaardelijke liefde… en je alarmsysteem gaat af als een brandweerkazerne.

Ik ken mensen die na een ontspanningsworkshop in complete paniek naar huis gingen. Die na een mindfulness-cursus juist onrustiger werden. Ze dachten dat ze het “verkeerd” deden, maar eigenlijk gebeurde er precies wat er hoorde te gebeuren – hun systeem kwam in contact met liefde en sloeg alarm.

De paradox van spirituele ontwikkeling

Dit verklaart waarom sommige mensen zo’n moeite hebben met spirituele praktijken. Ze voelen zich aangetrokken tot meditatie, yoga, of andere bewustzijnspraktijken, maar elke keer als ze het proberen, voelen ze zich angstig of geagiteerd.

Het is alsof je een deur probeert open te maken naar iets moois, maar er staat een bewaker voor die roept: “NIET DOEN! GEVAARLIJK!”

De weg vooruit (met dit nieuwe inzicht)

Soms helpt het om je brein te zien als een bezorgde vriend in plaats van een vijand. Hij probeert je te helpen, hij heeft gewoon verouderde informatie.

Je kunt tegen jezelf zeggen: “Bedankt, brein, dat je me wilt beschermen. Ik snap waarom je ongerust bent. Maar deze keer is het echt oké om me te ontspannen en liefde binnen te laten.”

Als je dit patroon herkent, begin dan heel voorzichtig. Misschien niet direct met een 10-daagse stilte-retraite, maar met hele korte momentjes van ontspanning. Laat je systeem wennen aan het idee dat liefde – van binnen en van buiten – veilig kan zijn.

Het is een beetje zoals een wilde kat tam maken. Het duurt even, maar uiteindelijk leert hij dat die uitgestoken hand geen bedreiging is, maar een aai.

Herken je jezelf hierin? Je bent niet de enige. En het betekent niet dat je “kapot” bent. Het betekent dat je een mens bent die heeft overleefd, en nu leert hoe je kunt opbloeien.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *