Zo fier als een pauw

Zo fier als een pauw

Zo fier als een pauw

In het dorp leefde een man, die zo fier liep als een pauw op zijn eigen erf. Hij geloofde dat zijn denken helder was als de kerktorenklok en dat zijn doen geen vlekje droeg. Maar in waarheid was zijn wereldje kleiner dan het vensterraam van zijn keuken: alles wat daarbuiten lag, wilde hij niet zien.

En als iemand hem een vraag stelde, of – och Heer – een kleine bedenking maakte over zijn woorden, dan voelde hij zich meteen diep gekwetst, alsof men met een grove schop door zijn ziel trapte. Maar zijn trots liet hem niet toe dat te zeggen. Neen, hij trok zijn gezicht in een vrome plooi en sprak met honingzoete stem: “Gij hebt mij diep verwond, maar weet ge, ik zie u nog altijd graag.”

Onder die schijnbare tederheid brandde evenwel een woede die hij voor zichzelf niet durfde bekennen. Hij droeg ze als een gloeiende kool in zijn borst, en elke keer dat hij zijn zogenaamde liefde uitsprak, groeide de haat die hij zo zorgvuldig verborg.

De dorpelingen zagen het wel. Ze glimlachten meewarig, zoals men glimlacht om een kind dat met een houten zwaard de wereld wil veroveren. En boven de huizen zong de merel zijn avondlied, alsof hij zeggen wilde: “De mens, och ja… is een raar wezen; hij speelt toneel, en vergeet dat hij de toneelspeler is”.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *