De afstandsbediening terugpakken
Ik herinner me dat mijn vader, wanneer ik het met hem oneens was, soms verwijtend zei: “Wie denk gij wel niet dat gij zijt?”
Als kind was dat geen gewone vraag. Het voelde als een terechtwijzing. Alsof ik niet het recht had om mezelf te zijn, een eigen mening te hebben of mijn eigen weg te kiezen.
Ik bond in. Ik werd kleiner. Angstig. Teruggetrokken. Zonder het te beseffen gaf ik zijn stem een plaats in mijn eigen denken. Zijn woorden werden langzaam mijn eigen overtuiging.
Jaren later ontdekte ik dat die vraag nog altijd in mij leefde. Niet omdat mijn vader ze nog stelde, maar omdat ík ze mezelf was blijven stellen.
Wie denk jij wel dat je bent?
Toen besefte ik iets bevrijdends. De vraag was nooit het probleem geweest. Het probleem was dat ik iemand anders het antwoord had laten geven.
Mijn zelfbeeld was gebouwd op de oordelen van anderen.
Dat veranderde toen ik ontdekte dat ik zelf verantwoordelijkheid mocht nemen voor het antwoord. Niet vanuit trots of arrogantie, maar vanuit waarheid.
In het begin voelde dat bijna als ongehoorzaamheid. Mijn hele systeem protesteerde. Het oude zelfbeeld voelde veilig, ook al maakte het me klein. De spanning die daarbij ontstond is wat de psychologie cognitieve dissonantie noemt: de botsing tussen oude overtuigingen en een nieuwe waarheid die zich aandient.
Langzaam leerde ik luisteren naar een andere stem. Niet de stem van verwijt, angst of schuld, maar een stem van onvoorwaardelijke liefde. Jezus noemt die stem de Heilige Geest, de innerlijke Trooster en Gids naar de Vader. De stem die je niet kleiner maakt, maar je zacht herinnert aan wie je werkelijk bent.
Sindsdien geef ik zelf antwoord op die oude vraag.
Wie denk ik dat ik ben?
Ik ben niet mijn verleden.
Ik ben niet de angstige jongen die dacht dat hij zich klein moest houden.
Ik ben niet de meningen die anderen over mij hadden.
Ik ben niet mijn fouten.
Ik ben niet mijn schaamte.
En om het met de woorden van Ramana Maharshi te zeggen: ik ben al dat.
Misschien is dat wel de vraag die ieder mens vroeg of laat voor zichzelf moet beantwoorden.
Niet: “Wie denken anderen dat ik ben?”
Maar: “Wie kies ik, in het licht van liefde, te zijn?”
Wie bepaalt wie jij bent?
Je waarneming van de wereld volgt je zelfbeeld
Als kind leer je jezelf kennen door de ogen van anderen. Hun woorden, blikken, goedkeuring en afwijzing vormen langzaam het beeld dat je van jezelf krijgt. Dat is een normaal onderdeel van je ontwikkeling.
Maar veel mensen blijven ook als volwassene onbewust de wereld vragen wie ze zijn.
Ze laten complimenten bepalen of ze goed genoeg zijn.
Ze laten kritiek bepalen of ze tekortschieten.
Ze laten afwijzing bewijzen dat ze niet beminnenswaardig zijn.
Ze laten succes of falen beslissen over hun eigenwaarde.
Met andere woorden: ze geven de wereld de macht om te bepalen hoe ze naar zichzelf kijken.
Wij hebben zelf de wereld tot cipier van ons denken gemaakt.
De psychologie zegt het zo. Ons brein wil graag een samenhangend zelfbeeld behouden. Heb je ooit geconcludeerd dat je te kort schiet, niet deugd, liefdeloos bent geweest, niet wordt bemind, dan zal je brein onbewust vooral informatie opmerken die die overtuiging lijkt te bevestigen.
Het youtube filmpje over de gorilla en de basketballers, maakt veel duidelijk.
Psychologen noemen de spanning tussen wie je werkelijk bent en wat je over jezelf bent gaan geloven cognitieve dissonantie.
De oplossing ligt niet in het voortdurend proberen de wereld te veranderen, zodat jij je beter voelt.
De oplossing ligt in het onderzoeken van het beeld dat je van jezelf bent gaan geloven.
Wie ben jij werkelijk, los van de meningen van anderen en dwaze meningen over jezelf?
Los van je prestaties.
Los van je fouten.
Los van je verleden.
Op het moment dat je ontdekt dat je zelf mag kiezen welk verhaal je over jezelf gelooft, geef je de wereld haar macht terug. Dan hoeft kritiek je niet meer te breken en hoeft waardering je niet meer overeind te houden.
Je identiteit ligt niet langer in de handen van anderen.
Vanuit die vrijheid verandert ook de wereld die je ervaart.
Niet omdat de wereld anders is geworden, maar omdat jij anders kijkt.
Want de wereld die jij ziet, begint altijd bij de manier waarop jij naar jezelf kijkt
Lester Levenson gaf me geen antwoord op de vraag wie ik ben. Met vier eenvoudige vragen hielp hij me alle verkeerde antwoorden los te laten. Wat overbleef, hoefde nooit gecreëerd te worden; het was er altijd al.
