Het onpersoonlijke leven en cognitieve dissonantie

De geest die niet alles wil zien

Soms kom je in een oud boek een zin tegen waarvan je denkt: hoe kan het dat dit al meer dan honderd jaar geleden is opgeschreven?

In Het onpersoonlijke leven, oorspronkelijk verschenen als The Impersonal Life van Joseph Benner, staat een passage uit 1914 die me in dat opzicht bijzonder intrigeert. Benner schrijft dat de menselijke geest zo gevormd is dat hij eigenlijk niets kan aannemen wat niet overeenkomt met wat hij eerder heeft ervaren of geleerd, en wat zijn verstand bovendien niet als redelijk beschouwt.

Lees je die zin met de kennis van nu, dan doet hij sterk denken aan wat Leon Festinger ruim veertig jaar later, in 1957, zou beschrijven als cognitieve dissonantie.

Festinger liet zien dat we spanning ervaren wanneer nieuwe informatie botst met wat we al geloven. En die spanning willen we meestal zo snel mogelijk verminderen. Dat kan door onze overtuiging aan te passen, maar minstens zo vaak doen we iets anders: we wijzen de nieuwe informatie af, zoeken er een andere verklaring voor of praten de tegenstrijdigheid voor onszelf recht.

Eigenlijk is dat een fascinerend gegeven. We denken graag dat we de wereld waarnemen zoals die is en vervolgens op basis van feiten onze mening vormen. Maar zo werkt onze geest lang niet altijd. Wat we al geloven, bepaalt voor een belangrijk deel wat we bereid zijn om als waar, logisch of zelfs maar mogelijk te accepteren.

Benner beschreef dit in 1914 vanuit een spiritueel en metafysisch perspectief. Festinger gaf er tientallen jaren later een psychologische en experimentele theorie aan. De taal is totaal verschillend, maar de overeenkomst is opvallend: de menselijke geest is geen blanco ontvanger van informatie.

En inmiddels weten we dat daar ook in de hersenen iets van terug te zien is.

Onderzoek met fMRI heeft laten zien dat wanneer mensen geconfronteerd worden met informatie die botst met hun bestaande overtuigingen, hersengebieden die betrokken zijn bij conflict en emotionele verwerking actief kunnen worden. De dorsale anterieure cingulate cortex (dACC) speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol bij het signaleren van conflicten. Ook de anterieure insula kan betrokken zijn bij de onaangename emotionele ervaring die met zo’n conflict gepaard gaat.

Dat maakt cognitieve dissonantie ineens iets heel concreets. Het is niet alleen een filosofisch idee over hoe wij denken. Een innerlijk conflict kan daadwerkelijk gepaard gaan met meetbare veranderingen in hersenactiviteit.

Een interessant voorbeeld komt uit onderzoek van Drew Westen en collega’s, waarin werd gekeken naar de manier waarop mensen reageerden op informatie die strijdig was met hun politieke overtuigingen. Wat daarbij vooral opviel, was dat mensen niet simpelweg als neutrale rechters naar de tegenstrijdige informatie keken. Zodra er een verklaring gevonden kon worden waarmee de bestaande overtuiging overeind bleef, leek de emotionele spanning af te nemen.

En misschien is dat wel precies het interessante punt. We zijn vaak niet op zoek naar de waarheid, maar naar een verhaal waarmee we kunnen blijven leven.

Dat klinkt misschien wat ongemakkelijk. Want wat gebeurt er wanneer iemand ons iets vertelt wat niet past binnen ons wereldbeeld? Luisteren we dan werkelijk naar wat die ander zegt? Of begint ons hoofd onmiddellijk met zoeken naar redenen waarom het niet kan kloppen?

Dat kan niet. Dat is onmogelijk. Daar is geen bewijs voor. Dat past helemaal niet bij wat ik weet. Hij zegt dat alleen omdat…

Soms zijn die reacties natuurlijk volkomen terecht. Niet iedere bewering is waar en niet iedere nieuwe gedachte verdient geloof. Kritisch denken is juist belangrijk.

Maar er is een subtiel verschil tussen kritisch onderzoeken en iets afwijzen omdat het niet in ons bestaande verhaal past.

En misschien is dát wel waar die oude zin van Benner ons het meest aan het denken zet.

Als onze geest inderdaad geneigd is om vooral datgene toe te laten wat aansluit bij wat we al kennen en redelijk vinden, hoe vaak staan we dan eigenlijk open voor iets werkelijk nieuws? Want het moment waarop iets niet meer past in ons wereldbeeld, is misschien niet alleen het moment waarop we ons ongemakkelijk voelen. Het kan ook het moment zijn waarop er iets nieuws te ontdekken valt.

Misschien wordt het nog interessanter wanneer we dit dichter bij onszelf brengen.

Wat gebeurt er wanneer we iets horen of lezen dat raakt aan het beeld dat we van onszelf hebben opgebouwd? Dan kan het behoorlijk ongemakkelijk worden.

Niet omdat de nieuwe gedachte per definitie onwaar is, maar omdat ze raakt aan iets waarmee we onszelf zijn gaan vereenzelvigen. En misschien is dát wel de plek waar cognitieve dissonantie heel dichtbij komt. Waar niet langer alleen een overtuiging wordt uitgedaagd, maar het beeld dat we van onszelf hebben. Zelfs als dit zelfbeeld ontoereikend is voor een vrij en blij leven.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *