Voor wie zijn identiteit en status stevig heeft gekoppeld aan een moreel superieur zelfbeeld, verliest de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens al snel haar bindende kracht. Wanneer de tekst botst met dat zelfbeeld, wordt zij selectief toegepast, geherinterpreteerd of genegeerd. Dit is geen bewuste kwaadwilligheid, maar een voorspelbaar gevolg van cognitieve dissonantie: het brein vermindert de spanning door de feiten of de principes aan te passen in plaats van het zelfbeeld. De neiging is sterk en fysiologisch verankerd, maar niet absoluut; mensen kunnen haar overwinnen, al gebeurt dat zelden wanneer status en morele identiteit op het spel staan.
