Deugdpronken

Iedereen herkent de hypocriet in een ander. Veel moeilijker is het om hem in zichzelf te herkennen.

Deugdpronken, de Nederlandse term voor virtue signalling, betekent dat iemand zijn morele deugdzaamheid nadrukkelijk etaleert: door politiek correcte opvattingen, zorgvuldig gekozen taal of zichtbare morele verontwaardiging. Het gaat dan niet alleen om wat iemand werkelijk belangrijk vindt, maar ook om het beeld dat hij daarmee van zichzelf neerzet. De boodschap is impliciet: kijk eens hoe moreel bewust, gevoelig en integer ik ben.

Filosoof Hanno Sauer, verbonden aan de Universiteit Utrecht, plaatst dit verschijnsel in een bredere analyse van moraal, klasse en status. In Klasse. Die Entstehung von Oben und Unten (2025) en eerder in onder meer Moral beschrijft hij morele opvattingen als iets wat, naast geld, bezit en uiterlijk vertoon, een rol kan spelen in de strijd om aanzien.

Sauer benadert morele uitingen daarom niet uitsluitend als uitdrukking van oprechte overtuigingen, maar ook als kostbare signalen in een sociale statuscompetitie. Vooral in groepen met een hoog cultureel aanzien maar relatief weinig financieel kapitaal — denk aan academici, journalisten en mensen uit de culturele sector — kan morele verfijning een vorm van sociaal kapitaal worden. Wie de nieuwste, meest gevoelige terminologie hanteert of publiekelijk de juiste verontwaardiging toont over klimaat, ongelijkheid of sociale rechtvaardigheid, laat daarmee niet alleen zien wat hij vindt, maar ook wie hij is.

De onderliggende boodschap kan dan worden: ik ben gevoeliger, bewuster en moreel verder ontwikkeld dan jij.

Sauer trekt die vergelijking bewust ver door. Een klimaatactivist die zijn morele overtuigingen nadrukkelijk etaleert, kan volgens hem vanuit een vergelijkbare statuslogica handelen als iemand die een Rolex draagt. De uiterlijke vorm verschilt, maar de sociale functie kan overeenkomstig zijn: laten zien dat je iets bezit wat anderen niet, of niet in dezelfde mate, bezitten. Bij de een is dat materiële rijkdom, bij de ander morele verfijning.

En juist omdat morele signalen relatief goedkoop zijn — een uitspraak, een post of een zorgvuldig gekozen woord kost weinig — kan er een merkwaardige wedloop ontstaan. Wanneer steeds meer mensen dezelfde deugdzaamheid tonen, moet het signaal verfijnder, radicaler of zichtbaarder worden om nog onderscheidend te zijn. Zo ontstaat een competitie om niet alleen het goede te zeggen, maar om moreel beter te lijken dan de ander.

Daarmee wordt deugdpronken meer dan een moreel verschijnsel. Het wordt een statusspel waarin moraal als sociaal kapitaal fungeert. Morele eigenschappen als betrouwbaarheid, rechtvaardigheid en behulpzaamheid verhogen immers vrijwel overal het aanzien van een persoon, net zoals intelligentie en competentie dat doen. In een geseculariseerde samenleving waarin traditionele statussymbolen niet voor iedereen even aantrekkelijk of beschikbaar zijn, kan morele identiteit een bijzonder krachtig middel worden om jezelf een plaats op de sociale ladder te geven.

Maar hier wordt het psychologisch nog interessanter.

Carol Tavris en Elliot Aronson laten in Mistakes Were Made (But Not by Me) zien hoe krachtig ons verlangen is om onszelf te blijven zien als redelijk, goed, oprecht en moreel fatsoenlijk. Wanneer ons gedrag niet overeenkomt met dat zelfbeeld, ontstaat cognitieve dissonantie. En die spanning willen we meestal niet oplossen door eenvoudig te erkennen: misschien ben ik minder aardig, minder redelijk of minder integer dan ik dacht.

We zoeken liever een verklaring waardoor we tóch de goede persoon kunnen blijven.

We rechtvaardigen ons gedrag. We leggen de schuld bij omstandigheden of anderen. We veranderen de betekenis van wat er gebeurd is. We selecteren de informatie die ons gelijk bevestigt en negeren wat ons zelfbeeld bedreigt. Niet noodzakelijk omdat we bewust willen liegen, maar omdat we onszelf willen kunnen blijven geloven.

Iedereen herkent de hypocriet in een ander. Veel moeilijker is het om hem in zichzelf te herkennen.

Precies daar raken de analyses van Sauer en Tavris & Aronson elkaar. Deugdpronken kan ons namelijk niet alleen status opleveren bij anderen, maar ons ook bevestigen in het beeld dat we van onszelf hebben. Door publiekelijk het goede standpunt in te nemen, kunnen we onszelf ervaren als iemand die aan de goede kant staat. Het morele signaal wordt dan tegelijk een sociaal signaal én een psychologisch verdedigingsmechanisme.

Dat maakt het verschijnsel zo hardnekkig.

Want zelfs wanneer de feitelijke bijdrage gering is, wanneer de morele verontwaardiging vooral symbolisch blijft of wanneer het gedrag ondertussen juist uitsluiting, polarisatie of vijandigheid veroorzaakt, kan iemand zichzelf blijven ervaren als een goed mens. Het signaal zelf helpt dan de spanning tussen wie ik denk dat ik ben en wat ik daadwerkelijk doe te verminderen.

De paradox is pijnlijk eenvoudig: hoe sterker iemand behoefte heeft om zichzelf als moreel goed te zien, hoe moeilijker het kan worden om te onderzoeken of zijn gedrag werkelijk met dat zelfbeeld overeenkomt.

Deugdpronken is daarmee niet noodzakelijk oneerlijk. Iemand kan oprecht geloven in de waarden die hij uitdraagt. Maar oprechtheid sluit zelfbedrog niet uit. We kunnen immers oprecht geloven in een verhaal dat ons beschermt tegen de pijnlijke mogelijkheid dat we onszelf verkeerd hebben beoordeeld.

Misschien is dat uiteindelijk de interessantste vraag achter het verschijnsel virtue signalling: gaat het werkelijk om de deugd die we tonen, of ook om de persoon die we daardoor over onszelf kunnen blijven geloven?

Sauer laat zien hoe moraal kan functioneren als statussymbool. Tavris en Aronson laten zien hoe zelfrechtvaardiging ons helpt een positief zelfbeeld te beschermen. Samen laten ze iets ongemakkelijks zien: soms proberen we niet zozeer het goede te doen, als wel te voorkomen dat we moeten ontdekken dat we onszelf helemaal niet zo goed kennen als we denken.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *