Je hebt het vast ook geleerd. Wees lief. Wees aardig. Wees verdraagzaam.
Niemand vroeg of je het ermee eens was. Het stond gewoon in het pakket. Ergens tussen je naam leren schrijven en je veter leren strikken, leerde je ook dit: wees een fijn mens.
Het rare is: je geloofde het niet echt. Niet van jezelf. Je wist ergens wel dat er ook een ander stukje in je zat. Eentje dat niet altijd zo lief was. Maar dat stukje hield je liever binnen.
En dus begon je te oefenen.
In aardigheid. In geduld. In het wegslikken van dingen die je eigenlijk behoorlijk irriteerden.
En hoe meer je oefende, hoe harder je je best deed, want ergens geloofde je nog steeds niet helemaal dat je het was. Dat lieve, geduldige, verdraagzame type. Je speelde het. Goed zelfs. Maar spelen kost energie.
Op een gegeven moment merk je dat je moe bent. Niet van het hardlopen of het werk. Gewoon… moe. Een soort wrijving vanbinnen die je moeilijk kunt plaatsen.
Dan komt de schuld. En haar nichtje, de schaamte. Ze verschijnen precies op het moment dat je er even niet in slaagde zo aardig te zijn als je had gewild. Je was kortaf. Of eerlijk. Of gewoon even jezelf.
En wat doe je dan? Juist. Je doet extra je best. Nog liever zijn. Nog meer begrip opbrengen. Nog meer slikken.
Dat helpt niet. Dat weet je nu misschien al.
Want hoe harder je rent naar dat ideaalbeeld, hoe verder je wegloopt van wie je werkelijk bent. De cirkel draait door. En op een gegeven moment geeft je hoofd het op en je gooit de schuld gewoon over de schutting bij iemand anders. Dat heet projectie, en het is begrijpelijk, maar het lost niets op.
Er is één ding dat wél werkt. En dat is stoppen.
Niet met aardig zijn. Maar met het idee dat je dat nog moet worden.
Vraag jezelf eerlijk af: wat denk ik werkelijk over mezelf? Niet wat je hoopt. Niet wat je vreest. Gewoon kijken. Rustig. Zonder oordeel.
Wie dat durft, en wat hij ziet durft los te laten, ontdekt iets verrassends. Dat er achter al dat geploeter iets staat wat nooit weg is geweest. Een zelf dat niet lief hoeft te zijn, omdat het dat gewoon al is.
Zonder oefening. Zonder moeite. Gewoon van zichzelf.
